Vlammetje!
home | fotoalbum | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Wil je mijn visitekaartje? punt.nl

 

U2 concert 15 juli, 2005
media | 28 Juli 2005 | 00:30:35

U2 concert 15 juli, 2005

Waar blijven die meiden nou, denk ik om halftwee. Met mijn dochter Jolijn en haar vriendin Hannah ga ik naar het concert van U2 in de Arena. Om een uur moest ik klaar staan. De telefoon gaat en ik neem hem op.
   ‘We zijn er zo en zet je pc en printer even aan. De route naar de Arena willen we uitprinten,’ zegt Hannah.
Voordat ik wat kan zeggen is de verbinding verbroken. Vijf minuten later komen ze toeterend het pleintje opgereden.
   ‘Heb je er zin in Ingrid? Wij wel,’ zegt Hannah lachend als ze de auto uitstapt.
   ‘Wat dacht je. Vannacht is Bono al voorbij gekomen in een droom. We gaan wat beleven straks,’ zeg ik grinnikend en geef de meiden een zoen.
Met de routebeschrijving op papier vertrekken we tien minuten later.
   ‘Even een cd van U2 in de autoradio doen. Lekker alvast het sfeertje proeven,’ gebied Jolijn mij als we op de ringweg rond de stad Groningen rijden.
   ‘Heb jij dan cd’s van U2?’ Verbaasd kijk ik haar aan. Zover ik weet heeft ze niks van ze.
   ‘Ik heb laatst een stel van jou gepikt en jij hebt niks gemerkt,’ schatert ze.
Hannah geeft me een map vol met de U2 cd’s. Ik kies War en algauw zingt Bono Sunday bloody sunday uit de boxen.
   ‘Lekker hard zetten want dit vind ik zo goed,’ zegt Jolijn, en drukt op de knop voor harder.
Er is mij iets ontgaan op haar smaak van muziek, gaat het door mijn gedachten. Ze kreeg U2 wel met de paplepel ingegoten maar van enige interesse was nooit sprake.
   ‘Sinds wanneer ben jij eigenlijk bekeerd voor U2?’ Vragend kijk ik haar aan.
   ‘Geen idee. Ineens begon ik liedjes van ze leuk te vinden. Toen we die nacht in februari voor de kaarten zaten, bijna bevroren, gaf het me een apart gevoel.’
   ‘Ze zag die nacht het licht,’ zegt Hannah vrolijk.
We rijden door de polder. Kale weilanden zonder koeien in het Friese landschap flitsen voorbij. De koeien blijven op stal het hele jaar. Dankzij bepalingen van de Europese commissie waar de boeren niet blij mee zijn. Het is een triest en een onhollands gezicht. Een enkele keer zijn in de verte nog schapen te zien op de weilanden. De ruim twee uur durende reis naar Amsterdam gaat voorspoedig ondanks de drukte op de weg. In de auto is het een vrolijke boel. De meiden halen met de nodige humor allerlei anekdotes aan uit hun uitgaansleven.
Ik geniet ervan en kom zo het een en ander te weten uit hun privé leven.

De Bijlmer komt in zicht en algauw zien we een geel bord waar Arena met een pijl op staat. Opgelucht haalt Jolijn adem en rijdt de richting die de pijl aangeeft. Na een tijdje bij een kruising weer een geel bord met Arena, alleen zonder pijl erop.
   ‘Welke kant moet ik nou op?’ vraagt ze paniekerig.
   ‘Volgens de routebeschrijving rechtdoor. Kan niet mis,’ zegt Hannah vol overtuiging.
   ‘Er staat op een ander bord het AMC, en dat is naar rechts. De Arena moet daar ergens in de buurt zitten. Ik zou maar rechts gaan,’ zeg ik.
   ‘Ik ga wel rechtdoor, dan zien we het wel.’ Jolijn geeft gas en algauw is duidelijk dat we verkeerd zitten.
We rijden door de laagbouw van de Bijlmer met al zijn hofjes en straatjes. Na veel gezoek komen we op een kruising waar een bord met AMC opstaat. Jolijn neemt die route. Algauw komen de hoge kantoorgebouwen in zicht.
   ‘We gaan wel eerst eten bij MacDonalds. Kijk, daar heb je er eentje.’ Jolijn wijst. In de verte is de paal van MacDonlds zichtbaar tussen de hoge gebouwen.
   ‘Nu al eten. Het is net vier uur?’ zeg ik niet al te enthousiast. Echt behoefte in een MacDonalds maal heb ik niet.
Jolijn rijdt de parkeerplaats bij MacDonalds op. Algauw is duidelijk dat nog meer U2 fans eerst hun maag willen vullen voordat het concert begint. De mannen lopen bijna allemaal rond met T-shirts van U2 aan. We schuiven aan in de rij voor onze MacDonalds hap.
   ‘Jullie ook naar U2?’ vraagt een jongen in een andere rij aan Jolijn.
   ‘Ja. Weet je ook waar de Arena is?’ Met een hoopvolle blik kijkt ze de jongen aan.
   ‘Het is hier vlakbij. Kan niet missen. Als je de parkeerplaats afrijdt dan links, en verder wijst het zich vanzelf.’
Jolijn bedankt hem allervriendelijkst en krijgt een knipoog van hem terug. Algauw zijn we aan de beurt. Ik bestel koffie en een broodje met een platte kroket ertussen. De meiden een heel menu.
Een half uur later rijden we weg bij MacDonalds. Algauw komt de Arena in zicht. Er is een enorme chaos wat het verkeer betreft. Met moeite komen we op de weg naar de ondergrondse parkeerplaats van de Arena. We moeten stoppen. Jolijn draait haar raam open en vraagt aan een parkeerwachter of we er kunnen parkeren.
   ‘Nee, dat is alleen voor de skyboxen en andere duur betaalden,’ zegt de man niet al te vriendelijk.
   ‘Waar moeten we dan parkeren?’ Verschrikt kijkt Jolijn de man aan, en het zweet breekt haar uit.
   ‘Zelf uitzoeken en nu wegwezen, je blokkeert deze weg.’
Met moeite weet Jolijn om te draaien en komen we weer op de gewone weg. De dure open parkeerplaatsen waar we langs rijden staan helemaal vol. Bij de ingangen staan bordjes met 25 tot 50 euro staangeld.
   ‘Ik rij wel rond, misschien zien we een parkeerplek.’ Bij een stoplicht slaat ze rechts af.
We rijden door de doolhof van Amsterdam Zuidoost. We komen steeds dichterbij de snelweg en zien een leeg veldje verderop.
   ‘Daar zet ik hem neer, ook al krijgen we een boete.’ Jolijn rijdt de straat in waar het veldje aan het einde is.
Daar aangekomen is duidelijk dat dit een parkeerplek voor het U2 concert is. Bij de ingang staat een bord met deze mededeling. Ernaast staan twee meisjes die parkeerwachters zijn. Een meisje komt aangelopen en wijst waar Jolijn de auto moet zetten. De prijs is acht euro en we krijgen een kaart die we op het dashboard moeten leggen.
   ‘Waar is de Arena en is het ver lopen?’ vraag ik de meisjes.
   ‘Ja, u bent wel even onderweg. Het is toch wel vijfentwintig minuten lopen.’ Het meisje vertelt welke richting we moeten gaan.
Algauw zijn we de draad kwijt van haar vertelling. Ondertussen zijn er meer auto’s aan komen rijden die op deze parkeerplek parkeren. Met een man of vijftien gaan we op pad naar de Arena. Het gemopper over de parkeervoorzieningen is niet van de lucht.
Het meisje had gelijk. Na ongeveer twintig minuten duikt de Arena op tussen de hoge gebouwen. Er is daar een enorme drukte. Vlakbij de Arena ligt de straat al bezaaid met plastic kapot getrapte bekers, blikjes bier en andere rotzooi. Je moet goed kijken waar je loopt.
We komen bij de hoofdingang. Er hangt daar een bord met de letters van de ingangen, en de richting. De letter M die ik moet hebben, staat er niet op. Ik besluit om richting de ingangen G en J te nemen. De letter M zal dan ook wel een keer opduiken, is mijn gedachte.

   ‘We moeten je nu alleen laten. Onze ingang is vlakbij de hoofdingang. Red je het wel?’ vraagt Jolijn liefjes aan mij.
Ik knik ja, geef de meiden een afscheidszoen en loop richting de letter G. Overal staan eetkraampjes waar het erg druk is. Ik wurm me tussen de mensen door die wachten op hun broodje hotdog. De troep op de straat wordt steeds erger. Het valt mij op dat er nergens afvalbakken staan.
Vlakbij ingang G maak ik bijna een zwieper over een half afgekloven broodje frikadel op de grond. Ik zeg een lelijk woord en voel het zweet langs mijn rug lopen.
   ‘Daar ging je bijna moeke,’ zegt een man van de reinigingsdienst grijnzend tegen mij. Met zijn maat staat hij tegen het gemeentewagentje een shagje te roken. Naast hen staan twee hele grote bezems.
   ‘Jullie hebben zeker pauze,’ zeg ik met een cynische ondertoon. De schrik van de bijna valpartij zit nog in mijn benen.
   ‘Luister, wijfie. Het heeft geen zin om die troep op te vegen. Als het weg is ligt het zo weer vol,’ zegt de andere man, en hij gooit zijn brandende shagje weg.
Met moeite baan ik verder een weg tegen de stroom in van mensen. Het lijkt of iedereen bij de hoofdingang naar binnen moet, gaat het door mijn gedachten. Bij ingang J heb ik het even gehad. Er is een pilaar waar ik tegenaan ga staan om uit te rusten. Ik kijk om me heen en zie nergens bordjes. Het is hier een stuk rustiger en bij ingang J is het stil.
De twee security mannen bij de poortjes kijken verveeld rond.
   ‘Ik ga het hun even vragen waar de M is,’ mompel ik en loop naar ze toe.
   ‘Ticket graag,’ zegt er een als ik aan kom lopen.
   ‘Ik moet er hier niet in maar bij de M. Kunt u mij vertellen waar die ingang is?’ vraag ik hoopvol.
   ‘Geen idee mevrouw.’
  ‘Kan ik er hier bij jullie niet in? Binnen in de Arena zullen ze vak M vast wel weten.’
   ‘Daar beginnen we niet aan. Dan komen ze allemaal deze kant op,’ zegt de man.
   ‘Die kans zit er in. Het is nogal druk hier,’ zeg ik, en voel een lachkriebel opkomen.
Ze keuren mij geen blik meer waardig. Ik loop grinnikend weg en pak ondertussen een pakje drinken uit mijn tas.
Geleund tegen de pilaar drink ik het op. Ik zie dat er drie mensen bij ingang J naar binnen gaan. Wat een stel zeikerts hier, ze hadden me best naar binnen kunnen laten, denk ik oneerbiedig.
Mijn mobiel gaat en het is Jolijn.
   ‘Ben je er al?’ vraagt ze.
   ‘Nee. Ik sta bij de J uit te blazen. Ik heb nog geen idee waar ingang M is.’
   ‘Mirjam belde dat ze er over een uur is en of jij bij ingang M op haar wilt wachten. Doei,’ en het gesprek is afgelopen.
Twee meisjes komen aangelopen en vragen of ik weet waar ingang M is. Kort daarna een vader met een zoon met dezelfde vraag. Een security medewerker komt langs en ik vraag het deze man. Hij schudt zijn hoofd van nee, en loopt verder. Ik ga verder en de meisjes lopen met mij mee. Na veel vragen en een flink eind lopen komen we eindelijk bij ingang M, helemaal achter de Arena. Echt uitgevloerd ga ik op het stenen muurtje daar zitten. Achter me is de metrolijn en grote sloot. Er waait een verkoelend windje wat heel aangenaam is. Mijn kleren zitten vastgeplakt aan mijn lichaam van de benauwde warmte. Er komt een man naast me zitten die het heel warm heeft. Het zweet loopt in straaltjes langs zijn gezicht.
   ‘Wat een kutzooi hier hé. Overal rotzooi en nergens borden waar de M is. Ik heb zowat de hele Arena rondgelopen,’ zegt hij boos en veegt met een zakdoek het zweet van zijn voorhoofd. Hij pakt een pakje sigaretten en biedt mij er een aan. We raken in gesprek over U2. De tijd vliegt en ineens staat mijn zus voor mijn neus. We zijn blij dat we elkaar zien en omhelzen elkaar. Ze gaat naast me zitten en haalt wat uit haar tasje.
   ‘Ik heb wat voor je.’ Glimlachend geeft ze mij een cadeauenvelop.
Verbaasd neem ik het aan en open het. Er zitten twee cd bonnen in.
   ‘Waar is dat voor?’ zeg ik verrast.
   ‘Omdat je zo lief was om in de bittere kou ’s nachts te zitten voor de U2 kaarten.’
Ik ben blij en geef haar een zoen. Nu kan ik de nieuwe cd van Jon Anderson kopen of de triologie van Rick Wakeman, gaat het door mijn gedachten. We blijven nog even zitten en gaan dan naar de ingang. De kaartcontrole zijn we voorbij en nu de tassen. Een aardig meisje helpt mij. Veel zit er niet in mijn tas. Pakjes drinken, mijn portemonnee en papierenzakdoekjes. Ze knikt dat het goed is, en dan schrikt ze.
   ‘Mevrouw, wat is dat?’ Ze wijst naar een doorzichtig bakje met bruine kleine platte staafjes.
   ‘Oh, dat is niks hoor. Geen kogeltjes of andere projectieltjes,’ zeg ik grinnikend en pak het bakje. ‘Heb je zin in een lauwlierstaafje?’ Ik haal het dekseltje eraf en biedt haar er een aan.
Opgelucht zegt ze nee en we kunnen gaan. De roltrap vlakbij brengt ons omhoog en dan wachten er nog drie trappen, ieder met dertien treden. Nog negenendertig traptreden bestijgen lokt mij niet echt.
   ‘Goed voor onze conditie, zus,’ zegt Mirjam ook niet enthousiast.
   ‘Ik heb mijn conditie al gehad vandaag.’
Zonder haast nemen we de trappen en laten anderen voor gaan.
Eenmaal binnen in de Arena en op onze plekken, voel ik dat mijn benen moe zijn en mijn voeten zeer doen. Het is nog vrij leeg op de stoeltjes. Voor het podium staat het al aardig vol. De temperatuur is warm en benauwd.
   ‘Wat een hitte hier. Het loopt met straaltjes langs mijn rug.’ Met een verhit gezicht kijkt Mirjam mij aan. Met de U2 ticket waait ze heen en weer voor wat verkoeling.
   ‘Opvliegertje meid?’ zeg ik pesterig.
Ze grinnikt en schopt haar schoenen uit. Op het podium is een voorprogrammabandje bezig. Deze muziek is hard en ik prop stukjes van een papierenzakdoekje in mij oren.
   ‘Ik ga wat te eten halen,’ zegt Mirjam, en loopt weg.
Niet lang daarna komt ze terug met twee bier, en kadetjes met kaas. Ik drink geen bier maar nu wel. Door de warmte voelt mijn keel uitgedroogd. Het koude bier smaakt heerlijk.
   ‘Even kijken of we de meiden zien.’ Mirjam pakt een verrekijker uit haar tas en tuurt naar het staande publiek. ‘Ik zal ze even een smsje sturen waar wij zitten. Zij kunnen ons vast zien zitten.’
Het eerste bandje is uitgejankt en het tweede bandje komt op.
   ‘Die zanger ziet er lekker uit,’ zeg ik kwijlend, kijkend naar het grote scherm naast het podium waar die jongen goed te zien is.
   ‘Dat is mijn idee ook, ‘ grinnikt Mirjam.
De muziek van dit bandje klinkt niet gek en ik zit mee te swingen op de stoel. De Arena begint vol te lopen. Naast mij komt een breed uitgebouwde man te zitten met een kaal hoofd. Hij stinkt naar zweet onder zijn armen. Achter de man gaat een mevrouw demonstratief met een deodorant spuitbus in zijn richting spuiten. Mirjam en ik schieten in de lach en de mensen achter ons ook.
Het tweede bandje is klaar. Druk wordt er op het podium alles klaar gemaakt voor U2. Na vijftien minuten wordt het publiek ongeduldig. Ballonen met teksten gaan de lucht in. Bij ons komt een grote groene ballon en Mirjam pakt hem.
   ‘Ik ga die meiden een sms sturen dat we een grote groene ballon in onze handen hebben.’ Ze geeft mij de ballon en verstuurt de sms.
We gaan staan en zwaaien met die ballon. Het heeft succes. Mirjam krijgt een sms terug. De boodschap is dat ze in een deuk liggen om ons, we goed zijn te zien, vooral ik. Verder vermelden ze dat ze links van het podium staan. Met spanning wachten we op U2.

De eerste tonen van het lied Vertigo klinken. De Arena is niet meer te houden. Iedereen klapt en wie zit gaat voor zijn stoel staan. Bono komt het podium op, gevolgd door Adam en The Edge. Drummer Larry zit al achter het drumstel. De hele Arena zingt mee. De sfeer is niet meer stuk te krijgen. Mijn buurman gaat halverwege zijn stoel zitten en gaat luchtgitaar spelen. Ik voel een lachkriebel opkomen en maak Mirjam duidelijk wat er gaande is. Als I will follow komt gaat de buurman staan. IJverig en half in trance staat hij nu luchtgitaar te spelen. Mirjam en ik krijgen de slappe lach. De mensen achter ons beginnen ook te lachen. De liedjes volgen elkaar op en de Arena gaat steeds compleet uit zijn dak. Er is een uitstraling van U2 die ik niet kan verklaren. Het raakt mij op een speciale manier.
Bono straalt oprechtheid uit die je voelt. Tussen de liedjes heeft hij het over verschillende zaken in de wereld aangaande de G8, Live8 en de bommen in Londen. Halverwege het concert bindt Bono een witte doek met drie tekens om zijn voorhoofd. Op het grote scherm achter hem komen de drie tekens. Hij vertelt wat ze betekenen. Het zijn de symbolen van christenen, joden en islamieten. De drie wereldgodsdiensten. Ik ga zitten en denk na over wat Bono heeft gezegd. De acceptatie en respect hebben voor elkaar godsdienst. In vrede met elkaar leven in plaats van de huidige tereur.
   ‘Raakt het je?’ gilt Mirjam in mijn oor.
Ik knik ja, steek een sigaret aan en kijk naar de schermen naast het podium. Bij het lied Bullet in the blue sky ga ik weer staan.
Als het concert bijna klaar is besluit ik alvast te gaan. Tussen die grote massa de Arena uit zie ik niet zitten. Mirjam en ik nemen innig afscheid. Ze zal een sms sturen naar de meiden dat ik al weg ben. Als ik op de galerij ben besluit ik niet dezelfde weg terug te lopen maar binnendoor. Een toiletjuffrouw vertelt me dat ik bij nummer 128 de trappen af moet. Als ik buiten sta krijg ik spijt wat ik gedaan heb. Niks komt me bekend voor en vraag me af welke kant ik op moet. Ik loop een eindje en alles wordt nog ingewikkelder.
   ‘Je bent verdwaald,’ mompel ik, en stop.
Twee bewakingsmannen komen aangelopen. Ik laat een zucht van opluchting. Ik spreek ze aan en leg mijn probleem uit. Ze wijzen mij uitgebreid de weg die ik moet lopen. Na een tijdje lopen herken ik de hoofdingang. Nu de weg naar de auto nog terug vinden, flitst het door mijn gedachten. Ik loop naar de stoplichten verderop en weet dat ik dan rechts moet.
Ondertussen is het druk geworden. Als ik bij de stoplichten rechts ben gegaan steek ik de straat over. Even verderop is een bouwhekwerk wat ik niet herken.
Maandag kom ik in Opsporing verzocht. Een vrouw uit Groningen, 53 jaar, is op vrijdagavond 15 juli spoorloos verdwenen na het concert van U2 in de Arena, gaat het door mijn gedachten. Ondanks dat ik me niet zo prettig voel, moet ik toch grinniken bij dit idee. Ik loop verder en zie verderop een trap naar een ophoging.
Als daar ook van die grote lege bloembakken staan, zit ik goed, besef ik Het geluk is met mij. Bij de trap zie ik op de ophoging de bloembakken staan. Eerst ga ik op de trap zitten want mijn benen en voeten hebben er even genoeg van. Ik neem een pakje drinken. Ondanks het verkeerslawaai sluit ik mijn ogen en droom even weg over het concert.
   ‘Zit je lekker?’ zegt opeens een lacherige mannenstem naast me.
Ik schrik en laat mijn pakje drinken vallen. Geschrokken kijk ik de man aan. Vlak achter hem staan drie mannen te grinniken.
   ‘Ook naar U2 geweest?’ vraagt hij.
   ‘Ja, en ik zat even uit te blazen. Ik moet nog een flink eind lopen naar de auto.’
   ‘Staat die ook op het veld verderop?’
Ik knik ja.
   ‘Die van ons ook. Was een heel gezoek om een plek te vinden. De mazzel.’ De man en zijn vrienden gaan de trap op. Kort daarna ga ik ook verder. Na tien minuten lopen herinner ik me dat er ergens een bank is. Ik loop door een donker gat tussen twee grote gebouwen en zie de banken. Ik ga zitten en in de verte zie ik het veld met de auto’s. Een gevoel van opluchting komt over me. Na vijf minuten in alle stilte alleen te zijn geweest komen er veel mensen aangelopen. Als de eerste horde mensen voorbij is sta ik op en wil verder lopen.
   ‘Joehoe,’ hoor ik gillen en draai me om. Jolijn en Hannah komen aangelopen en zwaaien naar mij.
   ‘We hoopten al dat we je hier zouden vinden,’ zegt Jolijn blij en geeft me een zoen.
   ‘En, wat vonden jullie ervan?’ vraag ik nieuwsgierig als we verder lopen.
   ‘Te gek, te gaaf, grandioos gewoon. Nu begrijp ik waarom jij U2 zo goed vindt. Ze doen wat met je, vooral Bono. Hij is ook nog een lekker ding op zijn ouwe dag.’ Hannah kijkt me glimlachend aan.
   ‘Ik had dit nooit willen missen. Zo goed als ze zijn. De volgende keer gaan we weer met je mee,’ zegt Jolijn, en geeft me een arm..
   ‘Dat is dan geregeld, meiden. Gaan we gezellig met z’n drieën een nacht zitten voor kaarten,’ zeg ik vrolijk.
We komen bij het veld en worden opgewacht door een jonge man en een meisje. Achter hen staat een volkswagen bus beschilderd met de tekst: Your Best Of.
De man geeft ons een cd.
   ‘Krijgen we die voor niks, en waar is het van?’ Met een vragende blik kijk ik de man aan.
   ‘Dit is van Planet Internet. Nu kunt u gratis en legaal bij Music Stream uw eigen cd samenstellen.’
   ‘Oh, dat kan echt zomaar?’ vraag ik twijfelend. Als digibeet op het gebied van zelf je cd’s maken heb ik mijn twijfels of er geen addertje onder het gras bij zit.
Jolijn en Hannah schieten in de lach om zoveel onnozelheid van mij.
   ‘Die cd kan geen kwaad en is echt voor niks. Alleen moet je die man een kus op zijn wang geven,’ zegt Jolijn lacherig.
   ‘Doen we dat toch even.’ Voordat de man erop verdacht is geef ik hem een zoen op zijn wang.
Het meisje schiet in de lach en bij de man kan er een grijns vanaf. We bedanken en willen verder gaan.
   ‘Jullie krijgen nog wat,’ zegt het meisje. Ze pakt een doos en houdt het ons voor. Er liggen allemaal snickers in.
We pakken er eentje, bedanken en lopen verder. Als we eindelijk in de auto zitten voelen we hoe moe we zijn. Ik schop mijn schoenen uit en Hannah gaat gelijk horizontaal op de achterbank liggen.
We rijden het veld af en zijn kort daarna bij de snelweg. Als we daar twee minuten rijden zien we borden met Utrecht erop in plaats van Almere. Bij Abcoude gaat Jolijn de snelweg af om er aan de andere kant weer op te komen. Algauw komen de borden met Almere in zicht. Hannah valt in slaap en wordt in Groningen pas weer wakker.
Het is halftwee als ik weer thuis ben. Aan tafel met een kop thee denk ik terug aan het geweldige concert, en de belevenissen van deze dag.

20/07/05



reacties 4 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1457

Wil je mijn visitekaartje?

De zwarte burka
schrijven | 06 Juni 2005 | 14:02:40

De zwarte burka

De stadsbus stopt bij de halte. Ik stap de bus uit en gehaast loop ik richting de kapperszaak waar ik om twee uur word verwacht. Ik ben laat want de stadsbus had vertraging. Bij het zebrapad springt het voetgangerslicht op rood. Ongeduldig sta ik te wachten en hoor de Martinitoren twee uur slaan. De vijf minuten dat ik te laat kom zal wel geen probleem zijn, denk ik. Het licht springt op groen en ik wil oversteken.
   ‘He, wacht eens even,’ hoor ik een vrouwenstem achter me zeggen.
Ik stop en wordt aan een arm krachtig vastgegrepen. Geïrriteerd schud ik de hand van mijn arm. Het lijkt de stem van Coby wel, flitst het door mijn gedachten, en draai me om.
Met verbazing kijk ik naar de vrouw achter mij die gekleed is in een zwarte burka.
   ‘Ik loop al vanaf de bus achter je aan, en roep je naam,’ zegt de vrouw gejaagd. ‘Kom, we moeten hier weg, het is gevaarlijk. Loop achter mij aan. Straks zal alles je duidelijk worden.’
De vrouw loopt weg en verbouwereerd loop ik achter haar aan. Ze loopt snel en ik kan haar niet bijhouden. Hijgend blijf ik voor een winkelraam staan.
Ik ben toch ook wel gestoord om zomaar achter die vrouw aan te lopen. Vreemd dat ook niemand naar haar kijkt. Ze is met die zwarte burka geen alledaagse verschijning, gaat het door mijn gedachten.
Verderop stopt de vrouw en merkt dat ik niet meer achter haar loop. Ze maakt een beweging met haar arm dat ik moet komen. Ik schud van nee. Gehaast komt ze terug gelopen.
   ‘Gauw, het gevaar is in zicht,’ zegt ze paniekerig en wijst naar mannen die in de verte aan komen lopen.
   ‘Wat is dit voor een flauwe kul. Er lopen overal mannen rond en ze doen niks. Je stem komt mij bekend voor. Ben jij het soms Coby, of verbeeld ik het me?’ Met een gefronste blik kijk ik de gesluierde vrouw aan.
Ze knikt ja.
   ‘In hemelsnaam, waarom heb jij je in een burka verstopt. Je bent toch niet opeens een moslima geworden?’ Zonder op haar antwoord te wachten pak ik de sluier voor haar gezicht vast en doe hem omhoog. Een andere kleine sluier van dun geweven zwarte zijde komt te voorschijn. Nog steeds is niks te zien van haar gezicht.
   ‘Laat dat. Als ik mijn gezicht prijsgeef ben ik verloren,’ zegt ze paniekerig en duwt mijn hand weg. ‘Het verbaast me dat je mijn stem herkent. Achter de sluiers klinkt het anders.’
   ‘Ik ken je vijfendertig jaar. Het zou wel vreemd zijn als ik je stem niet zou herkennen. Leg me uit waarom je deze zwarte burka aan hebt. Wat me ook stoort is dat communiceren met je zonder dat ik je gezicht zie.’
Ze schudt nee en begint opeens over haar lichaam te trillen. Stijf gaat ze tegen de winkelruit staan en wijst naar de mannen die heel dichtbij zijn. De mannen lopen ons voorbij en keuren ons geen blik waardig.
   ‘Zie je wel, ze doen niks. Kom, we gaan op het terrasje daar verderop zitten.’ Zonder op haar antwoord te wachten loop ik weg. Ze aarzelt en komt dan naast me lopen.

Het is stil op het terras. We zoeken een tafeltje achteraan. Een meisje komt aangelopen en vraagt wat we willen drinken. We bestellen thee met appelgebak.
   ‘Waarom heb jij je zo uitgedost. Er is toch geen enkele reden omdat te doen?’
   ‘In deze burka voel ik me veilig. Niemand hoeft mij te zien. Ik heb angst om de deze wereld naakt te aanschouwen. Zo voelt het als ik de burka uittrek. De negatieve wereld waar ik al mijn hele leven inzit is mij vertrouwd. Als ik hier uitstap zal ik worden verzwolgen door de positieve wereld. Ik heb er steeds minder grip op,’ zegt Coby zachtjes. Zenuwachtig friemelt ze met haar handen op haar schoot.
   ‘Dit is onzin wat je zegt. Je hebt je hele leven in gewone kleren gelopen. Daar ben je niet minder van geworden, lijkt mij.’
   ‘ Om te overleven nam ik een bepaalde pose aan om mee te kunnen doen in deze maatschappij. Dat is niet mijn ware ik. Wat wel mijn ware ik is, weet ik niet.’ Coby pakt haar theekopje en haar handen trillen.
Een gevoel van machteloosheid bekruipt me. Ik steek een sigaret aan en inhaleer diep. Al achttien jaar maakt ze mij vertrouwd met de therapieën die ze volgt. Het is ook intriest als je als baby niet welkom bent en wordt afgewezen door je moeder. Geen moederliefde en koestering ontvangen is een genade klap die je hele leven kan ontwrichten.
Het meisje komt aangelopen en zet de kopjes thee en de appeltaart voor ons neer. Ze overhandigt mij de bon en ik betaal.
   ‘Wel lastig eten en drinken met die sluiers voor je gezicht. Ik wacht met spanning af,’ zeg ik laconiek met een grijns om mijn mond.
Onhandig doet Coby de sluiers een stukje omhoog. Voorzichtig neemt ze een slok thee.
   ‘Hoe kom je eigenlijk aan die burka?’
   ‘Van Afghaanse vluchtelingen die verderop bij mij in de straat wonen. Het is een gezin. Laatst hadden we van de gemeente weer de rode zak gekregen om oude kleren in te doen. De vrouw vroeg aan mij waar het voor diende want Nederlands lezen kan ze nog niet goed. Ze vertelde dat ze haar drie burka’s erin zou doen. Ik kreeg ineens het idee om zo’n burka te schilderen op het schilderij waar ik mee bezig ben. Dit vertelde ik haar en gelijk ging ze er een halen,’ zegt Coby met haar hoofd gebogen.
   ‘Ik word helemaal naar als ik zo naar je kijk. Meid, gooi die sluiers omhoog en kijk naar de wereld om je heen,’ zeg ik met trillende stem en voel dat er tranen komen. Uit mijn handtasje pak ik een papieren zakdoekje en veeg mijn ogen droog.
   ‘Voor jou makkelijk om dit te zeggen. Je weet dat mijn gevoel en emoties nooit zijn ontwikkeld. Als je dit als baby en kind niet meekrijgt, is de wereld leeg, grauw, grijs en zwart. Je weet ook niet wat je innerlijke zelf is, dat is dood. Op het schilderij waar ik mee bezig ben staat een vrouw tegen een muur. Die vrouw ben ik. De contrasten waren licht en donker grijs.
Nu is er en zwart middelpunt. De vrouw heb ik nu ook een burka laten dragen.’
   ‘Heb je dat goudkleurige boven op de sluier ook geschilderd?’
   ‘Nee. De Afghaanse vrouw zei dat ze iets met die burka ging doen voordat ik hem kreeg. Ze keek me met haar donkere ogen vreemd aan. Net of ze dwars door me heen keek. Ik voelde veel angst opkomen en liep bij haar weg. Ze voelde ook als een bedreiging. Een paar uur later bracht ze de burka. Ze liet de sluier zien en vertelde waarom ze bovenop het met gouddraad had geborduurd. Dit was om het licht van het goede in mijn ziel te laten komen. Ze zei ook dat de spirituele kracht die ik heb moet gaan gebruiken.’ Onrustig draait Coby op haar stoel. Haar hoofd volgt de mensen die op het terrasje komen zitten. Ineens staat ze op
   ‘Er komt een zwarte kat aangelopen. Ik moet hier weg,’ zegt paniekerig.
   ‘Sinds wanneer ben jij bang voor zwarte katten? Vorige week toen je bij mij logeerde vond je het maar wat leuk dat Bono bij je wilde zitten, hij is ook zwart. Ga zitten en doe alsjeblieft normaal. Ik word er niet goed van om tegen dat afgedekt hoofd te praten,’ zeg ik niet al te vriendelijk. Ik pak het schoteltje met het appelgebak en steek een groot stuk in mijn mond. Ze bekijkt het maar, denk ik opstandig.
   ‘Zwarte katten brengen onheil, en dat heb ik al genoeg.’
   ‘Dat is onzin. Je laat je ook wel door alles meeslepen. Zwarte katten symboliseren ook wijsheid. Misschien heb je deze zwarte kat nu net nodig om uit die negatieve spiraal te komen. Blijf je staan, of ga je weg? Je staat daar als een zwart standbeeld.’
Ik hoor zacht miauwen naast me. De zwarte poes geeft kopjes tegen een poot van mijn stoel. Ik aai hem, wat hij lekker vindt.
   ‘Hij lijkt wel op Bono. Nu is het afwachten of hij jou bespringt en opvreet.’ Met een grijns kijk ik Coby aan.
Ze haalt haar schouders op en gaat weer zitten. Het laatste stukje appeltaart propt ze achter de sluiers in haar mond. Een stukje valt op de grond en de poes loopt er gelijk naar toe. Hij laat het zich smaken.
   ‘Ik heb geen idee hoe laat het nu is. Om twee uur werd ik bij de kapper verwacht. Daar ga ik nu naar toe. Misschien hebben ze nog een plekje vrij om mij te helpen.’ Ik sta op, en Coby ook.
   ‘Laat je mij nu alleen hier?’ vraagt ze verschrikt.
   ‘Ja. Ik kan jou niet helpen. Dat kon ik die achttien jaar ook niet. Je zult er zelf uit moeten komen. Zolang jij die zwarte burka blijft dragen zullen er geen positieve veranderingen bij je plaats vinden. Ik vraag je ook of je mij voorlopig met rust wilt laten. Als laatste wil ik nog zeggen: denk nog eens goed na wat die Afghaanse buurvrouw tegen je gezegd heeft.’ Zonder op haar reactie te wachten loopt ik weg. De poes loopt achter mij aan.
Na een aantal minuten lopen sta ik te wachten voor het zebrapad. Het voetgangerslicht staat op rood. De poes staat naast me. De Martinitoren slaat twee keer. Het moet toch veel later zijn? denk ik verbaasd. Ik draai me om en zie in de verte het terrasje. Op een paar mensen na is het leeg. Coby in haar zwarte burka is verdwenen. Ik kijk of de poes nog naast me staat. Hij is er ook niet meer. Het voetgangers licht springt op groen en ik loop het zebrapad op.


6/06/05



reacties 5 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1560


Gedicht
schrijven | 09 Mei 2005 | 15:00:14


Neem me mee en maak me blij
laat me dansen en zingen als een kind
in een veld vol geurende bloemen
met dartelende vogels in de lucht

Neem me mee naar een kabbelende beekje
waar ik mijn spiegelbeeld kan zien
met de schoonheid van het leven onder water
en ik de prikkeling van het water naakt mag voelen

Neem me mee naar de wijze oude man
die het dikke boek over het leven heeft
en met zijn warme doorleefde stem
zal voorlezen wat de nieuwe levensweg zal zijn

Neem me mee en hou me stevig vast
als we samen de nieuwe levensweg bewandelen
waar onze zielen elkaar zullen vinden
in de passie wat liefde heet.

9/05/05


reacties 8 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1384


Muziekinvloed
muziek | 27 Maart 2005 | 19:41:13

Muziekinvloed

De muziek die je ziel diep raakt
en de littekens van pijn verzachten
om een stil verdriet en verlangen

Je luistert naar de stem die zingt
met het ritme tikken je vingers mee
en je gedachten dwalen weg

Het boek van jouw leven opent zich
brengen herinneringen weer tot leven
en gekleurde beelden flitsen voorbij

Je harde schild om je innerlijke zelf
voel je barsten en uiteenvallen
het maakt je opnieuw kwetsbaar

Een ongekende kracht openbaart zich
de pijlen die je willen raken en verwonden
zullen hun doel niet meer bereiken

Met een glimlach zet je de muziek harder
het ritme en de melodie geven je kippenvel
en met kracht zing je de woorden mee


reageer | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1205


Intimidatie
humor | 21 Januari 2005 | 16:01:12

Intimidatie

Met een smak gooit Miep de voordeur van het trapportaal dicht en zet de twee zware boodschappentassen naast zich neer.
   ‘Janis, even helpen,’ gilt ze naar boven. Haar voeten doen zeer in de hoge pumps. Ik had ze een half maatje groter moeten kopen, denkt ze met een pijnlijk gezicht.
Een deur op de eerste etage gaat open. Haar man komt met een ongeschoren hoofd tevoorschijn. Met zijn sloffen aan en gekleed in een zijden felgekleurde Chinese ochtendjas komt hij de trap af.
   ‘Man, je ziet er niet uit. Hoe laat kwam jij je nest wel niet uit,’ foetert ze. Kreunend loopt ze de trap op.
   ‘Kon je nog niet meer kopen. De derde wereldoorlog is nog niet uitgebroken,’ moppert Janis als hij achter haar aanloopt.
Binnen in haar bovenwoning gooit Miep gelijk haar hoge pumps uit in het halletje. Ze wrijft over de pijnlijke plekken bij haar tenen. Straks maar een voetenbadje, denkt ze en loopt naar de keuken. Janis zet de tassen op het aanrecht.
   ‘Wil je een bakkie leut?’ Zonder op haar antwoord te wachten schenkt hij koffie in twee bekers en zet ze op de keukentafel. ‘Ga eerst zitten, die tassen leeg halen komt straks wel. Dan help ik even mee,’ gebied hij.
Miep is al druk bezig met de boodschappen uit de tas te halen. Verbaasd kijkt ze haar man aan.
   ‘Ben jij wel goed Janis van der Wulp. Je loopt nooit hard om mij te helpen. Heb je wat op je geweten soms?’ Ze gaat aan de tafel zitten en kijkt hem wantrouwend aan.
Janis schuift de beker koffie naar haar toe en grinnikt.
   ‘Af en toe moet je het vrouwtje behulpzaam zijn, las ik op een mannensite van internet. Goede tips hebben ze daar. Proost Miepie.’ Janis pakt zijn beker koffie en neemt een slok.
   ‘Ja ja, het zal wel zo’n erotische site wezen met allemaal karig geklede jonge meiden. Voor jou wel bekend.’ Ze kijkt haar man grijnzend aan en geeft hem een trap met haar voet tegen zijn been. Met genoegen neemt ze een slok koffie.
   ‘Jij hebt lang niet achter de pc gezeten. Zit je nog wel bij die schrijfclub of was dat voor een blauwe maandag?’ vraagt hij ineens.
   ‘Ik zit er nog wel bij. Veel animo heb ik niet meer. Die lui zijn allemaal geschoold en doen zo ingewikkeld. Wat moeten ze nou met mijn stukkies. Het barst van de taalfouten. Die engerd uit Den Haag zit er ook nog in. Die vent heeft wat tegen mij,’ verzucht Miep en staat op. Ze gaat verder met de boodschappen opruimen en Janis helpt haar. Een kwartier later zit ze op de bank met haar voeten in een voetenbadje. Met belangstelling leest ze de nieuwe Privé die ze gekocht heeft. Janis gaat douchen.
   ‘Janis, Patty Brard heeft een etage hier in de Jordaan gekocht,’ gilt ze richting de badkamer.
   ‘Niet waar. Is gelogen. Ze is een keer wezen kijken en vond het niks dat pand. Te klein.’ Janis draait de douche uit en gaat zich afdrogen.

   ‘Ik lust wel een kop soep,’ zegt Janis als hij de kamer in loopt met alleen een handdoek om zijn middel.
   ‘Doe het zelf. Ik zit met mijn poten in een bak. Geef mij ook maar een kom soep.’
Mopperend loopt Janis naar de keuken. Hij zet de pan soep zachtjes aan op het fornuis en gaat zich aankleden.
   ‘Vanmiddag tot vanavond laat help ik schele Jan in het café. Hij achter de bar en ik de keuken opknappen. Hij heeft gedonder met de inspectie. Voldoet niet aan de hygiëne,’ zegt Janis als hij met de kommen soep aan komt lopen.
   ‘Neel vertelde het mij net bij Appie Heyn. Binnen zoveel dagen moet het goed zijn anders grote boete of sluiting, zei ze.’
Janis knikt en lepelt zijn soep achter de pc op.
   ‘Als ik klaar ben met de soep en mijn poten wil ik achter de pc. Even kijken of er nog wat interessants is bij die schrijfclub. Mijn mailbox zal wel uitpuilen.’ Miep droogt haar voeten en ruimt alles op. In de keuken warmt ze een prak boerenkool met een gehaktbal voor Janis op.
   ‘Eten, en zet even Frans Bauer aan voordat je komt,’ roept ze. Het bord met de aangebakken boerenkool zet ze op de keukentafel. Met smaak eet Janis het op. Frans Bauer schalt door het hele huis. Meezingend loopt Miep naar de kamer en gaat achter de pc zitten.
Haar mailbox puilt uit. Rigoureus verwijdert ze bijna alles op de laatste week na. Verbaasd kijkt ze naar de namen op de mails die ze niet kent. Gauw gaat ze deze mails lezen.
   ‘Verrek, allemaal nieuwe lui. Ik mag me ook wel aan ze voorstellen. Even kijken wat die engerd heeft te melden,’ mompelt ze bij de mail van Peter.
   ‘Krijg nou de klere. Hoe verzint hij het dat ik wat met een kabouter heb. Wat moeten die nieuwe wel niet denken,’ tiert ze als ze zijn berichtje heeft gelezen.
   ‘Wat is er. Het lijkt of je boos bent,’ roept Janis uit het halletje. Hij trekt zijn jas aan en loopt naar de kamer.
   ‘Woest ben ik. Die gast uit Den Haag beweert dat ik wat met een kabouter heb. Er zijn nieuwe leden. Wat zullen die wel niet denken.’ Miep draait zich om en kijkt boos naar haar man die aan komt lopen.
   ‘Niet om het een of ander maar die zus van je in Groningen heeft toch wat met een kabouter? Als je haar belt begint ze gelijk over Flip de kabouter te zemelen. Die gast heeft zich vast vergist.’
   ‘Mooi niet. Dit doet hij expres. Dat die zus van me ze niet alle zeven op een rijtje heeft wil niet zeggen dat ik ze ook zie vliegen. Je weet toch die affaire die ze had met de fabrikant van strings? Hing ze haar balkon vol met deze niemendalletjes. De hele buurt liep uit, vooral de mannen. Die middag dat ze met ons op de Albert Kuip liep zette ze ons voor gek. Dacht ze dat we gevolgd werden door een over andere maffioso griet. Ze hebben het er nog over. Haar fantasie gaat geregeld met haar aan de loop. Hoe moet ik dit nou oplossen met die Peter en de schrijfclub?’
   ‘Stuur hem maar een mail dat als hij nog een keer jou voor gek zet hij mij kan verwachten met een stel breed gebouwde jongens. Je kan die schrijfclub een verhaaltje opsturen hoe of het zit. Doe je tenminste wat dan alleen Privé lezen. Ik ga nu.’ Janis buigt zich voorover, geeft Miep een zoen op haar wang en loopt weg.
   ‘Nou moe, krijg het heen en weer van, Van der Wulp. Ik doe genoeg. Als ik er niet was liep jouw business als pooier minder rendabel,’ roept ze hem boos na.
Ik ga zwarte Riek even bellen. Die weet overal raad op, denkt ze en pakt haar mobiletelefoon.
   ‘He Riek, met Miep. Ik heb een probleem waar ik niet uitkom. Moet je luisteren.’ In geur en kleur vertelt ze haar verhaal. Haar gezicht betrekt als ze hoort wat zwarte Riek haar adviseert.
   ‘Dus toch een verhaaltje schrijven om mijn naam te zuiveren. Ik vraag me af of ze daar op zitten te wachten. Ze krijgen een rolberoerte als ze mijn maaksel lezen. Het ergste is dat die Peter alles zal ontkennen en mij voor fantast zal uitmaken. Sta ik er helemaal gekleurd op. Toch doen, zeg je? Dan moet het maar. Bedankt Riek. Straks kom ik even langs voor een bakkie, oké? Doei.’ Dan moet het maar, denkt ze gelaten. Ze start word op en gaat schrijven.

Vlammetje
20/01/05



reacties 9 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1422


Vuurwerk frustratie
media | 08 Januari 2005 | 15:41:09

Vuurwerk frustratie

Het is dertig december. De lucht is grauw en een miezerig regentje valt neer. 
   ‘Ik heb het helemaal gehad,’ krijst Bono onder de bank.
   ‘Mijn hart zit in mijn keel van de schrik,’ miauwt Vlammetje angstig onder de computertafel. ‘Ik heb trek maar durf me niet te verroeren.’
   ‘Morgen kunnen we helemaal onze lol op. Die etterige buurjongen zal wel weer rotjes gaan schieten in de tuin, net als vorig jaar. Vervaarlijk knijpt Bono zijn ogen tot spleten.
   ‘Weet je nog dat Ingrid toen heel boos was. Geregeld zat ze stijf van de schrik als er weer zo’n bom af was geschoten.’ Voorzichtig komt Vlammetje tevoorschijn en kijkt naar Bono onder de bank. ‘Het is nu stil buiten. Ik ga eten.’ Met haar oren gespitst loopt ze naar de keuken.
   ‘Ik wacht nog even.’ Bono gaat op zijn rug liggen. Zijn nagels klauwen zich vast aan de onderkant van de bank.
   ‘Laat dat,’ hoort hij uit de keuken roepen. Met weinig zin maakt hij zich los van de bekleding. Als ik te lang wacht komt Ingrid met de bloemenspuit me nat spuiten. Daar heb ik geen zin in, denkt hij en komt onder de bank vandaan. Zonder veel haast loopt hij naar zijn etensbakje in de keuken.
   ‘Alweer dat goedkope kattenvoer,’ moppert hij en neemt met tegenzin een hap.
   ‘Wat zit jij nou altijd te zeuren. Er zijn genoeg katten die het met minder moeten doen,’ miauwt Vlammetje kattig en neemt een gulzige hap uit haar bakje.
Ineens een enorme knal achter het huis. Ingrid geeft een gil en zelf zitten ze verstijft van de schrik. Dan rennen ze weg met hun staart tussen de poten en gaan onder de bank. Ze trillen over hun hele lijf.
   ‘Ik ben zo bang,’ miauwt Vlammetje.
   ‘Wat denk je van mij.’ Bono kijkt met open gesperde ogen zijn zus aan. Ze kruipen stijf tegen elkaar aan.
Ze zien Ingrid voorbij lopen richting de tuindeur.
   ‘Wat zou ze nu gaan doen?’ Bono draait zich om en komt een klein stukje onder de bank vandaan. Hij ziet dat ze naar buiten loopt en de deur niet dicht doet. Ze horen haar praten met een andere persoon. Die stem klinkt niet vriendelijk. Dan ineens weer een knal. Geschrokken kruipen ze weer tegen elkaar aan.
   ‘Ik kan er niet meer tegen,’ jammert Vlammetje.
   ‘Het lijkt of het steeds erger wordt dat rot vuurwerk. Mijn haren staan overeind van de schrik.’ Bono kruipt nog dichter tegen Vlammetje aan. Ingrid komt weer binnen en stopt bij de bank. Ze bukt voorover, aait de poezen en zegt lieve woordjes.
   ‘Ze zegt dat we nu rustig kunnen eten. Ik lust nog wel wat.’ Bono kruipt onder de bank vandaan en rekt zich uit. Vlammetje komt ook tevoorschijn. Ze lopen achter Ingrid aan naar de keuken. Met gespitste oren gaan ze verder eten. De rest van de dag is er geen geknal meer.

’s Nachts kruipen ze dicht tegen Ingrid aan op bed. Rustig slapen doen ze niet. De angst voor knallen spookt door hun gedachten. Bij ieder geluidje schrikken ze wakker. Het wordt buiten schemerig. Bono wordt wakker en rekt zich uit.
   ‘Ik ga haar wakker maken,’ krijst hij hard naar Vlammetje die nog ligt te slapen. Ze reageert niet. Dan geeft hij haar een mep met zijn poot. Ze schrikt en begint te blazen.
   ‘Hou op,’ en geeft hem een mep terug.
Vechtend gaan ze over het bed. Met veel kabaal rennen ze de trap af. Ingrid is wakker geworden van dit kabaal en gaat naar beneden.
   ‘Ik wil eten,’ krijst Bono als ze de kamer in komt. Vijf minuten later zitten ze achter hun etensbakjes. Schrokkerig eten ze het leeg.
   ‘Nu naar buiten want ik moet nodig,’ krijst Bono en loopt gauw naar de voordeur. Vlammetje volgt hem. Ingrid opent de deur en zegt wat tegen ze.

   ‘Heb jij verstaan wat ze zei?’ vraagt hij als ze de oprit aflopen.
   ‘Nee. Wat me wel opviel is dat haar stem anders klonk,’ zegt Vlammetje vlug als ze gauw naar het perkje voor het huis rent. Dit is hun vaste sanitaire stop met veel privacy.
   ‘Ze is niet uitgeslapen. Steeds lag ze maar te draaien. Ik werd er gestoord van.’ Bono zoekt een plek en graaft een kuiltje. Vol overgave doet hij zijn behoefte.
   ‘Logisch als ze niet uitgeslapen is. Wij waren onrustig vannacht, vooral jij. Bij iedere zucht werd jij wakker en begon te klieren naar mij.’ Gauw doet Vlammetje haar behoefte en maakt het kuiltje dicht.
‘Ik ga naar de twee indringers verderop. Ga je mee?’ Terwijl Bono dit vraagt komt hij onder de struikjes vandaan. Hij rekt zich uit en gaat met zijn nagels over de straatstenen.
   ‘Nee. Ik blijf dicht bij huis. Er hangt wat in de lucht.’ Vlammetje komt onder de struikjes vandaan en loopt gauw naar de oprit. Behendig springt ze op de schutting en dan op het platte dak van de schuur. Nu kan ik alles prima bekijken, denkt ze.
Bono verplaatst zich naar een paar huizen verder waar sinds een half jaar twee poezen wonen.
Aangezien hij de baas van het pleintje is moeten ze af en toe een lesje hebben, is zijn filosofie. Hij heeft pech, de poezen zijn binnen. Sacherijnig gaat hij naar het weilandje verderop waar twee pony’s lopen. Even kijken wie de sterkste is, denkt hij.
Lekker stil op het pleintje, denkt Vlammetje. Dan schrikt ze van vier jongens die druk pratend aan komen lopen. Ze hoort de voordeur opengaan. Ingrid roept haar binnen.
   ‘Ik kom niet,’ miauwt ze en houdt de jongens in de gaten die verderop stoppen. Nieuwsgierig bekijkt ze wat er gaat gebeuren. De jongens halen wat uit een zak en steken het aan. Een grote knal volgt.
De schrik bij Vlammetje is groot. Met haar haren overeind en een dikke staart rent ze weg over het schuurdak. Bij de buren springt ze eraf en maakt dat ze weg komt. Bij de sloot achter het huizenblok komt ze even op adem. Daarom moest ik binnen komen, gaat het door haar gedachten. In de verte ziet ze Bono kruipend van angst aankomen op het poezenpaadje langs de sloot. Gauw loopt ze zijn kant op.
   ‘Dit is menens,’krijst hij bibberend als hij Vlammetje ziet. ‘Kom, gauw naar huis.’
Glibberend lopen ze verder. Af en toe duiken ze weg als er weer een knal is. Bij hun tuin aangekomen rennen ze hard naar het raam. Krijsend en miauwend maken ze kenbaar dat ze naar binnen willen. Gauw opent Ingrid de tuindeur als ze de poezen ziet zitten. Ze rennen naar binnen en gaan gelijk onder de bank. Stijf zitten ze tegen elkaar aan.
   ‘Ik wil hier weg en in de kast,’ miauwt Vlammetje overstuur als er weer een knal is. Ze komt onder de bank vandaan en rent naar de ingebouwde kast die op een kier openstaat. Met haar poot maakt ze de opening groter en verstopt zich in een donkere hoek achter de stofzuiger. Bono volgt haar.
   ‘Zouden we hier lang moeten zitten?’ krijst hij ontdaan. Hij klimt op de doos waar een gourmetstel in zit en gaat liggen. Vlammetje gaat tegen de doos aanliggen. Ze vallen in slaap.

   ‘Ik vind het maar niks in deze kast,’ zegt Bono als hij een paar uur later wakker wordt. Hij rekt zich uit en klauwt zijn nagels in de doos. Vlammetje schrikt wakker van hem en blaast. Ze staat op en loopt naar de openkier en duwt de deur verder open met haar poot.
   ‘Ik hoor niks buiten. We kunnen de kast wel uit,’ zegt ze flink en gaat de kamer in.
   ‘Het is bijna etenstijd en mijn maag rammelt,’ krijst Bono als hij achter haar aan loopt. Niet lang daarna zitten ze aan hun avondeten.
   ‘Ik wil nog even naar buiten. Ga je mee?’ Bono wacht Vlammetje haar antwoord niet af en loopt naar de tuindeur.
Een paar minuten later lopen ze in de tuin op weg naar het poezenpaadje bij de sloot. Het is donker buiten.
   ‘Ik voel me niet lekker. Er gaat wat gebeuren,’ miauwt Vlammetje en blijft stilstaan.
   ‘Je ziet spoken. Er is niks aan de hand.’ Bono loopt verder.
Vlammetje gaat terug naar de tuin. Ineens worden er overal vuurpijlen afgeschoten.
Stijf van de schrik blijven ze allebei staan. Dan rennen ze met de staart tussen hun poten terug. Krijsend van angst staan ze even later voor het raam. Ingrid laat ze gauw binnen. Ze rennen gelijk de kast in.
   ‘Ik kom die kast niet meer uit. Het is levensgevaarlijk geworden,’ jammert Bono.
Van angst begint Vlammetje te kotsen. Er komt alleen slijm naar buiten.
Ingrid gaat kijken en probeert ze gerust te stellen. Het helpt niet.
In plaats van twaalf uur ’s nachts begint het vuurwerk al om negen uur. Als twee zielige hoopjes zitten Bono en Vlammetje urenlang in de uiterste hoek van de kast. In de herrie van het vuurwerk om twaalf uur komen ze de kast uit en rennen naar boven.
   ‘Achter het bed is het donker en veilig,’ krijst Bono en gaat naar de slaapkamer. Stijf tegen elkaar aan liggen ze achter het bed te wachten tot alles voorbij is. Als Ingrid naar bed gaat durven ze weer tevoorschijn te komen. Ze kruipen tegen haar aan. Het duurt lang voordat ze eindelijk in een onrustige slaap vallen.

7/01/05
Vlammetje

reacties 11 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1537


Westerse mens is zelfzuchtig
| 05 Januari 2005 | 23:37:44
De laatste dagen ben ik een beetje Tsunami-moe geworden. Je kan ook teveel zien.

bron: michiels.punt.nl
reacties 6 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 1281


Home   weblog sinds: 2004-01-02

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.